De Karmelieter abt van een Haarlems klooster, Johannes Gerbrandszoon van Leiden (Joannes Gerbrandis a Leydis), was de eerste die over de Meermin van Edam schreef in 1470. Volgens zeggen kwam zijn informatie van zeer betrouwbare bronnen. Of deze meermin nou werkelijk bestaan heeft of niet is eigenlijk niet zo interessant. Veel interessanter is haar verhaal vanuit cultuur-historisch perspectief. De eerste vertaling in het Nederlands van dit verhaal is van Cornelis Aurelius, een Augustijner monnik, die bevriend was met Erasmus.
Vele schrijvers volgden en zo werd het verhaal van deze meermin steeds meer een legende en een volksverhaal.
Na zware stormen is in 1403 een zeewijf het Purmermeer in gespoeld. Ze wordt opgevangen door de Edammers maar de hoge heren uit Haarlem eisen haar op. In Haarlem leert zij spinnen van een weduwe en leeft er nog zon 15 jaar, waarna ze werd begraven op een christelijk begraafplaats.
In 1645 maakte de predikant Caspar van Wachtendorp een 64-regelig gedicht over de Meermin van Edam. Erbij een gravure waarop deze meermin (afgebeeld met een flinke staart) wordt gevangen door 65 mannen in 14 bootjes.


terug